|
Achter elk object op deze site schuilt een verhaal. Dat verhaal vertelt iets over de rol van het object in de geschiedenis van de provincie Utrecht. Het maakt duidelijk waarom het voorwerp tot het Utrechts erfgoed behoort. Hier vindt u vijf van dit soort objecten met hun verhaal. Wie meer wil lezen over de verhalen achter Utrechtse objecten kan terecht op de site www.collectieutrecht.nl. | |
|
schilderij Anoniem Noord-Nederlands 1786-1800 Centraal Museum |
Beëdiging van het regeringsreglement op de Neude te Utrecht op 12 oktober 1786 Aan het eind van de 18de eeuw komt het gezag van de stadhouder en zijn aanhangers - de oranjegezinden - sterk onder druk te staan. De roep om democratische hervormingen klinkt steeds luider, vooral in de stad Utrecht De ontevreden burgers, die zich patriotten noemen, grijpen in de zomer van 1786 de macht. In augustus worden op de Neude nieuwe bestuurders aangesteld. Hier is de plechtigheid op 12 oktober afgebeeld, waarbij deze bestuurders de eed afleggen op het nieuwe regeringsreglement. Dit is traditioneel de dag waarop in naam van de stadhouder jaarlijks herbenoemingen worden gedaan, maar dit keer gebeurt dat uiteraard niet met zijn instemming... |
|
grafsteen circa 25-50 na Chr. Historische Kring 'Tussen Rijn en Lek' |
Romeinse grafsteen Bij opgravingen in de Houtense wijk Molenzoom kwam dit grafsteenfragment te voorschijn. Jammer genoeg is van de grafsteen minder dan de helft bewaard gebleven. Toch is het met wat gepuzzel best mogelijk om iets te reconstrueren, waardoor we iets meer weten over de overledene en zijn nabestaanden. In het bovenste deel van de grafstèle is een figuur in de kalksteen uitgehakt. Te zien zijn alleen nog de plooien van zijn toga en een deel van zijn hand. Het is een klassieke voorstelling van een borstbeeld dat de overledene representeert, waarbij deze met de rechterhand de zoom van zijn toga vasthoudt. Zulke voorstellingen zijn vooral bekend uit het tweede kwart van de eerste eeuw. De grafsteen is gedateerd rond het jaar 42, waarmee het een van de oudste in Nederland is. |
|
foto 1550-31/10/1587 Het Utrechts Archief |
De Oudmunsterkerk op het Oudmunsterkerkhof te Utrecht vanuit het zuidoosten De kerk op de foto bestaat niet meer: deze tekening is de belangrijkste bron die ons nog iets laat zien van hoe het vroeger was. Het is de Sint-Salvatorkerk, ooit naast de Utrechtse Dom gelegen. Aernout van Buchell (1565-1641) bewaarde een impressie voor het nageslacht. Monumenta passim in templis ac monasteriis Trajectinae Urbis atque agri inventa (Monumentenoverzicht van kerken en kloosters in de stad Utrecht en deommelanden): dat is de lange titel van het handschrift dat de Utrechtse oudheidkenner Aernout van Buchel - ook bekend als Buchelius... |
|
Marot, Jacob (architect verbouwing, 1752). Vanaf de 13de eeuw. Stichting Utrechtse Kastelen |
Slangenmuur van Slot Zuylen In de 18de eeuw raakt de 'slangenmuur' in de mode. Bij Slot Zuylen hoort een 120 meter lange slangenmuur. Het is een van de best bewaarde exemplaren van Nederland. De muur ligt langs de toegangsweg en is vanuit vele kamers van het kasteel te bewonderen. In de loop van de 18de eeuw gaan buitenplaatseigenaren zich bezighouden met tuinieren: dit is een nieuwe trend. In de praktijk doen de tuinlieden het echte werk; de rijkelui pronken voornamelijk met hun tuin. De dochter van Diederik, Belle van Zuylen, vormt één van de uitzonderingen. |
|
molenstenen onbekend ca. 40 na Christus Stichts-Hollandse Historische Vereniging (SHHV) |
Romeinse molenstenen De oudste archeologische vondst in Woerden dateert al uit 1540. Volgens stadsrekeningen ontvingen de vinders ieder acht stuivers beloning voor deze bijzondere en loodzware buit. Het ging namelijk om twee grote molenstenen uit de Romeinse tijd. De vindplaats was de Woerdense stadsgracht.Zoals wel vaker gebeurde vanaf de 16de eeuw werd de gebeurtenis vastgelegd in een ‘tijdvers’, een chronogram. Dit vers was op een van de zolderbalken van het toenmalige gemeentehuis (nu stadsmuseum) aangebracht. Het chronogram werkt als volgt: sommige letters in het vers springen door hun grootte uit de tekst. Het zijn hoofdletters, die Romeinse cijfers voorstellen. Wanneer je die cijfers optelt, geeft het gedichtje een totaal van 1540, het jaartal waarin de molenstenen zijn gevonden. |